Baas over mezelf
Ik wil het niet. Maar ik doe het toch. Elke avond weer. Elke avond stap ik naar de keuken. Dan neem ik een grote zak chips uit de kast en eet ik die op. Helemaal!
Stoppen lukt soms voor een paar dagen. Maar nooit langer. Ik heb echt alles geprobeerd. Een appel in de plaats eten? Dan eet ik eerst die appel en daarna toch nog mijn zak chips. Geen chips kopen in de supermarkt? Dan fiets ik ‘s avonds gewoon naar de nachtwinkel.
Chips zijn ongezond. Maar daar gaat het niet om. Het gaat over controle. Ik haat het dat ik geen controle heb over mezelf. Ik haat het en ik begrijp het niet.
Mijn mond is toch van mij? Er is toch niemand die hem openhoudt en die chips erin duwt? Waarom kan ik dan niet zelf beslissen om geen chips meer te eten? Dat kan toch niet zo moeilijk zijn!
Ik wil zo graag controle hebben over mezelf. Het zou prachtig zijn als dat lukt voor ik sterf. Ik weet zelfs al wat er dan op mijn graf mag staan: Hier rust Bert. Hij was baas over niemand. Maar wel over zichzelf.
